Wat was verborgen?

In het vorige hoofdstuk zagen we waarop onze positie rust: niet op menselijke prestatie, maar op Gods genade en wat God in Christus heeft gedaan.

Dan ontstaat een nieuwe vraag:

Was deze positie altijd al bekend?

Of heeft God iets bekendgemaakt dat vroeger verborgen was?

De Schrift spreekt zelf over een verborgenheid die lange tijd verborgen is geweest, maar nu geopenbaard is.

Wanneer de Schrift spreekt over een verborgenheid, gaat het niet om iets wat God zelf niet wist.

Het gaat om iets wat God verborgen heeft gehouden en op een later moment bekendmaakt.

ROM.16.25-26

Paulus spreekt over een verborgenheid die gedurende lange tijden verzwegen was, maar nu geopenbaard is.

De vraag is daarom niet of God altijd een plan had, maar wanneer en hoe Hij dat plan aan mensen bekendmaakte.

De Schrift spreekt ook over dingen die God wel van tevoren door de profeten bekendgemaakt had.

ACT.3.21

Petrus spreekt over dingen waarvan God van oudsher gesproken heeft door de mond van al Zijn heilige profeten.

Dat geeft ons een eenvoudige Schriftuurlijke tegenstelling:

Wat God eerder had laten spreken. Wat God eerder verborgen had gehouden.

De inhoud van die verborgenheid hoeven wij daarom niet terug te zoeken in eerdere profetie. We moeten luisteren naar de openbaring waarmee God haar bekendmaakt.

In Efeze 3 schrijft Paulus over de verborgenheid:

EPH.3.1-6

Hij zegt dat deze hem door openbaring bekendgemaakt is.

Paulus schrijft tegelijk dat het geheimenis in andere generaties niet op dezelfde wijze bekendgemaakt was als het nu aan Zijn heilige apostelen en profeten door de Geest is geopenbaard.

Paulus maakt vervolgens duidelijk wat deze verborgenheid hier inhoudt:

EPH.3.6

Dat de heidenen mede-erfgenamen, medeleden van hetzelfde Lichaam en mededeelgenoten van de belofte in Christus Jezus zijn door het evangelie.

De verborgenheid is daarmee niet alleen het feit dat God genade geeft. Het gaat hier om de gezamenlijke positie van de heidenen in Christus: mede-erfgenamen, hetzelfde Lichaam en deelgenoten van de belofte door het evangelie.

Paulus vervolgt:

EPH.3.7-9

Hij noemt zichzelf een dienaar van dit evangelie. Hem is genade gegeven om onder de heidenen de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen en de verborgenheid aan het licht te brengen.

Paulus spreekt over de verborgenheid die van alle eeuwen verborgen is geweest in God.

Ook Kolossenzen spreekt over deze verborgenheid:

COL.1.25-27

Paulus noemt haar de verborgenheid die eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen.

En hij verbindt haar met:

Christus onder u, de hoop van de heerlijkheid.

Ook Galaten 1 laat zien hoe Paulus over het evangelie dat hij verkondigt spreekt:

GAL.1.11-12

Hij zegt dat hij het niet van een mens heeft ontvangen of geleerd, maar door openbaring van Jezus Christus.

De nadruk ligt voor nu op één zaak:

Wat God bekendmaakt, willen we ontvangen zoals Hij het heeft bekendgemaakt.

We kunnen de lijn nu eenvoudig samenvatten:

Van sommige dingen had God van oudsher door de profeten gesproken.

De verborgenheid was gedurende lange tijden verzwegen en in God verborgen.

Nu is zij door de Geest geopenbaard.

Aan Paulus is zij door openbaring bekendgemaakt.

Paulus kreeg genade om deze verborgenheid onder de heidenen bekend te maken.

En Efeze 3:6 laat zien wat deze verborgenheid hier inhoudt:

De heidenen zijn in Christus mede-erfgenamen, behoren tot hetzelfde Lichaam en zijn mededeelgenoten van de belofte door het evangelie.

Als God heeft bekendgemaakt wat vroeger verborgen was, moeten we vervolgens onderzoeken wat die bekendmaking betekent voor onze positie.

Niet alleen:

Wat heeft God geopenbaard?

Maar ook:

Waar staan wij in wat God heeft geopenbaard?

Daarmee komen we bij de volgende vraag:

Waar staan wij?

5. Waar staan wij?

De Schrift maakt een belangrijk onderscheid zichtbaar.

Petrus spreekt over wat God van oudsher door de mond van Zijn heilige profeten gesproken heeft. Paulus spreekt over een verborgenheid die gedurende lange tijden verzwegen en van alle eeuwen verborgen in God was, maar nu geopenbaard is.

Paulus zegt dat deze verborgenheid hem door openbaring bekendgemaakt is. Efeze 3 zegt tegelijk dat zij nu door de Geest aan Zijn heilige apostelen en profeten is geopenbaard.

Paulus kreeg genade om de onnaspeurlijke rijkdom van Christus onder de heidenen te verkondigen en de verborgenheid aan het licht te brengen.

Efeze 3:6 geeft de inhoud hier concreet weer: de heidenen zijn mede-erfgenamen, behoren tot hetzelfde Lichaam en zijn mededeelgenoten van de belofte in Christus Jezus door het evangelie.

Daarom hoeven wij wat verborgen was niet terug te lezen alsof het tevoren al geopenbaard was. We ontvangen het vanuit de openbaring waarmee God het bekendgemaakt heeft.

Nu blijft de vraag over:

Waar staan wij in wat God heeft geopenbaard?

5. Waar staan wij?