Waar rust het op?
In het vorige hoofdstuk hebben we gezien dat we eerst moeten weten waar wij ons bevinden binnen Gods handelen.
Maar daarmee zijn we er nog niet.
Als onze positie werkelijk door God bepaald wordt, is de volgende vraag:
Waar rust het op?
Niet op wat wij zelf hebben gedaan, maar op wat God heeft gedaan.
Paulus schrijft over onze behoudenis:
Wij zijn behouden uit genade, door het geloof. Niet uit onszelf en niet uit werken.
Dat betekent dat onze behoudenis niet begint bij wat wij voor God doen. Zij begint bij wat God voor ons heeft gedaan.
Genade en geloof wijzen ons daarom niet naar onze eigen prestatie, maar naar God.
Het is Gods gave. Niemand kan zich erop beroemen.
De vraag verschuift daardoor opnieuw:
Niet: wat heb ik gedaan?
Maar: wat heeft God gedaan?
Paulus gaat verder:
Wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken die God tevoren bereid heeft.
Goede werken zijn daarom niet de grond waarop wij behouden worden. Zij volgen uit wat God in ons heeft gedaan.
De woorden “geschapen in Christus Jezus” brengen ons bij een diepere vraag.
Gods genade heeft ons niet alleen uit een verloren positie gehaald. Paulus omschrijft onze nieuwe positie als:
in Christus.
Daarom rust onze positie niet op onszelf. Zij rust op Gods genade en op wat Hij in Christus heeft gedaan.
Paulus spreekt ook over het evangelie dat hij verkondigt:
Hij herinnert de gelovigen eraan dat zij dit evangelie hebben aangenomen en dat zij daarin staan.
Ook hier zien we die gedachte van staan: Paulus beschrijft het evangelie dat zij hebben aangenomen en waarin zij staan.
Als we de lijn tot hier volgen, wordt één ding duidelijk:
Onze positie begint niet bij onszelf.
Gods genade is de grond.
Paulus omschrijft onze positie als in Christus.
Goede werken zijn het gevolg, niet de grond.
Daarom hoeven wij onze positie niet door menselijke prestatie te verdienen. De grond ligt in Gods genade en in wat Hij in Christus heeft gedaan. Vanuit die ontvangen positie volgt onze wandel.
Nu we gezien hebben waarop onze positie rust, komt een nieuwe vraag naar voren.
Als deze positie zo wezenlijk is, was zij dan altijd al bekend?
Of heeft God iets bekendgemaakt dat vroeger verborgen was?
Onze positie rust niet op menselijke prestatie.
Paulus zegt dat wij uit genade, door het geloof, behouden zijn en niet uit werken.
Daarna zegt hij dat wij Zijn maaksel zijn, geschapen in Christus Jezus tot goede werken.
De goede werken zijn dus niet de grond van onze behoudenis. Zij volgen uit wat God heeft gedaan.
Daarom kunnen we de lijn samenvatten:
Gods genade is de grond.
Onze positie is in Christus.
Onze wandel volgt uit die positie.
Maar dan blijft een belangrijke vraag over:
Was deze positie altijd al bekend, of heeft God iets geopenbaard wat vroeger verborgen was?
4. Wat was verborgen?