Waar bracht dit spoor mij?
We begonnen met de vraag waarom oprechte gelovigen dezelfde Bijbel lezen en toch tot verschillende conclusies komen. Stap voor stap verschoof de aandacht naar de Schrift zelf: waar bevinden wij ons, waarop rust onze positie, wat was verborgen, waar heeft God ons geplaatst en hoe wordt Zijn Lichaam opgebouwd?
Voor mij bleef dat niet alleen een reeks vragen. Het veranderde de manier waarop ik de Bijbel ben gaan lezen.
Ongeveer twee jaar geleden stopte ik met het bezoeken van de kerk en ook met deze vadersamenkomsten. In die periode begon voor mij een zoektocht waarin ik steeds opnieuw naar de Schrift terugging.
In die zoektocht kwam ik steeds nadrukkelijker uit bij Gods genade zoals Paulus die in het evangelie verkondigt en bij de verborgenheid waarvan hij schrijft dat zij hem door openbaring bekendgemaakt is. Dat werd geen los onderwerp naast andere onderwerpen, maar begon mijn plaats in de Schrift en mijn kijk op de Gemeente te bepalen.
Langzaam veranderde daardoor ook mijn eerste vraag bij het lezen. Niet meer eerst: Welke uitleg klopt? Maar steeds vaker: Wat staat er eigenlijk?
Daarmee verdwenen niet ineens alle moeilijke vragen. Maar de Schrift begon voor mij steeds meer als één samenhangend geheel te spreken, juist wanneer ik de verschillen die zij zelf maakt niet probeerde glad te strijken.
Paulus schrijft:
Heel de Schrift is door God ingegeven en nuttig om de mens van God toe te rusten. Daarom blijft ook deze opdracht belangrijk:
De SV/HSV gebruikt hier het beeld van het Woord van de waarheid recht snijden.
Dit seizoen was ik weer twee keer bij de vadersamenkomst. Toen kwam de vraag van Evert over ons samenkomen. Die vraag wilde ik niet beantwoorden vanuit wat ik gewend was, maar vanuit wat ik in deze zoektocht in de Schrift was gaan zien.
Daarom begon deze avond niet met een voorstel voor een andere vorm van kerk-zijn. We zijn begonnen bij de vraag waarom er zoveel verschillen zijn en hebben geprobeerd de lijn vanuit de Schrift te volgen.
We hoeven niet te eindigen met alleen de uitnodiging om verder te onderzoeken. De Schrift heeft ons in deze avond ook iets duidelijk laten zien: onze positie rust op Gods genade, wij zijn in Christus geplaatst, de Gemeente is Zijn Lichaam, Christus is het Hoofd en wij zijn leden van elkaar.
Daarom kunnen we ook de vraag beantwoorden waarmee deze avond begon: Hoe komen wij eigenlijk samen? Wij komen samen als leden van het ene Lichaam van Christus, onder Christus als Hoofd, met Zijn Woord onder ons, om elkaar te dienen en het Lichaam op te bouwen.
Dat antwoord is geen nieuw kerkmodel of menselijk systeem. De maatstaf blijft wat God in Zijn Woord heeft bekendgemaakt. Daarom moet ook de manier waarop wij samenkomen steeds opnieuw door de Schrift gecorrigeerd kunnen worden.
Daarom blijft de uitnodiging om zelf te onderzoeken staan. Maar onderzoek is niet vrijblijvend: wat God ons duidelijk laat zien, mag ook richting geven aan onze wandel als leden van Zijn Lichaam.
Paulus schrijft:
Hij zegt niet dat hij alles al gegrepen heeft. Toch roept hij op om tot zover wij gekomen zijn naar dezelfde regel te wandelen. Wij hoeven daarom niet te beweren dat alle vragen opgelost zijn, maar wat God ons reeds heeft laten zien over onze positie in Christus en over Zijn Lichaam, behoort niet alleen kennis te blijven.
Tot zover wij gekomen zijn, laten wij naar dezelfde regel wandelen. *Filippenzen 3:16 (HSV)*
Deze zoektocht begon persoonlijk, maar het antwoord van deze avond rust niet op mijn verhaal. De Schrift heeft ons een duidelijke lijn laten zien: onze positie rust op Gods genade, wij zijn in Christus geplaatst, de Gemeente is Zijn Lichaam, Christus is het Hoofd en wij zijn leden van elkaar.
Daarom kunnen we de vraag waarmee we begonnen ook beantwoorden: wij komen samen als leden van het ene Lichaam van Christus, onder Christus als Hoofd, met Zijn Woord onder ons, om elkaar te dienen en het Lichaam op te bouwen.
We blijven de Schrift onderzoeken en onze woorden en praktijk daaraan toetsen. Maar wat God ons reeds heeft laten zien, behoort niet alleen kennis te blijven.
Tot zover wij gekomen zijn, laten wij naar dezelfde regel wandelen. *(Filippenzen 3:16, HSV)*